Home . Handelingen A-Z | Recent changes  
 

home / text / cv collaborations / fragmenten van de visioenen van wit 2006 /

 

Handelingen I, II en III

I (stof)


grote lap onbewogen
reeds zo vaak geraakt en gestreken en gekamd
tot je glad en zacht en vlak onder mijn handen ligt
die je pakken en keren en kreuken en plooien en dan weer uitstrijken
tot vlak
de schaar snijdt golvende lijnen, wrikt zich tussen de delen
die uiteenglijden tot je scheurt
de delen worden op elkaar gelegd, tegen elkaar geperst door spelden
de naald doorboort ze beiden in één beweging en sleurt de draad door de
gaten in hun huid
tegen elkaar vormen ze een naad
die plots vlezig is, zich bolt in de ruimte
de naad is pees of scheen of grens
de delen één

 

II (klei)


raken:
de één drukt zich in de ander
zoekt de holtes, grijpt zich vast
ze persen zich op elkaar
de gladde vochtige oppervlakken verkleven, vervormen, lijken één -
maar dat is schijn: een kleine ruk en ze zijn weer twee
met rafelige putjes en uitsteeksels op hun huid.
opnieuw op elkaar
meer druk nu en een duwend bewegen
mijn vingers wroeten zich in de massa en persen die samen
trekken haar dan weer uit elkaar
de zachte uitsteeksels, knel tussen twee vlakken, knakken
en breken
schurend schuiven de harde deeltjes langs elkaar, elkaars strukturen verbrekend.
het zachte sluit zich om mij
het kleeft klam, het wikkelt zich om mijn vingers
het begraaft ze in haar massa, sluit ze in met haar gewicht
dan wijkt ze voor de duwende vingers, vormt nieuwe holtes, kleine kommen en deuken met een scherpte rand
tegelijk stulpt ze uit aan de andere kant
of soms niet: maakt zich inklinkend zwaar.
de neemt de bijna onzichtbare sporen van mijn huid in zich op
terwijl ze heen en weer rolt tussen mijn vingers,
ertussenuit stupend en aan mijn huid klevend, hangend en trekkend aan de pezen
de koude massa wordt warm
neemt mijn innerlijke vorm aan
en klopt en leeft.

 

III (gips)

kleine brokjes drijven in water
verpulveren tot kleverig stof
dat oplost en uitzet tot het mengsel verdikt:
koude dunne pap, langzaam vervloeiend, schijnbaar zijdezacht stromend
tussen mijn ingevette vingers,
ze verkleumend, hun tollende beweging vertragend, in een poging
de menging te remmen
langzaam lost mijn bescherming op -
de vochtige aaiende massa sluit op mijn poriën en bijna onmerkbaar
onttrekt ze het water aan mijn huid.
steeds stijver en warmer hangt de massa aan mijn vingers,
ze aan elkaar smedend
terwijl ze de massa grijpen en werpen en aaien en slaan.
de massa wordt nu bewegingsloos
hard als bot
dat ik schraap met lepel en mes,
ze scheidt kleverige krullen af die zich vastzuigen in de laag om mijn vingers,
ze inmetselend tot ze
gevangen in witte harde cocons
verklitten met elkaar

1994  

Copyright © Karin Arink 2003-2017 Log in